De 800 meter wat is er mogelijk?
De Britse Keely Hodgkinson heeft op 20 februari 2026 in het Franse Liévin het ruim 24 jaar (!) oude wereldrecord op de indoor 800 meter gepakt met een verbluffende 1:54,87. Wat maakt dit bijzonder voor trainers en coaches? Hodgkinson haalde bijna een volle seconde af van Jolanda Ceplaks tijd uit 2002
Wat deze prestatie nog indrukwekkender maakt, is het feit dat Hodgkinson nauwelijks een week eerder in Birmingham al 1:56,33 liep, zonder pacers, zonder wavelights, gewoon op eigen tempo een tijd die haar toen al naar de derde plaats op de wereldranglijst aller tijden bracht. Dat die ‘oefenrace’ slechts opwarming was voor haar aanval op het wereldrecord, zegt veel over de vorm waarin ze verkeert en over de richting waarin de 800 meter zich als discipline ontwikkelt. Dat is al een duidelijk signaal voor trainers dat de Britse atlete goed in haar vel zit. Het maakt ook duidelijk dat de extra hulp in het Franse stadion haar nog verder hielp in de snelheid op dit mooie onderdeel in de atletiek. In Liévin werd ze optimaal geholpen door strakke pacing én wavelights langs de baan, die haar steunde om extreem constant sterk te blijven lopen.
En wat is nu nog mogelijk na die volle seconde winst op het oude wereldrecord? De grens van 1:55 indoor is definitief doorbroken, en de logische vervolgvraag is of een tijd richting 1:54,5 haalbaar wordt. Hodgkinsons raceverloop met een doorkomst van 55,56 seconden op 400 meter illustreert dat ze zich goed beweegt in tempo’s die enkele jaren geleden bijna onvoorstelbaar waren.
Wat kan Femke Bol?
Tegelijkertijd werpt deze ontwikkeling een interessant licht op Femke Bol, die sinds kort haar vizier op de 800 meter richt. Bol behoort tot de meest veelzijdige en fysiek sterke atleten van haar generatie. Haar achtergrond op de 400 meter en 400 meter horden levert haar een zeldzame combinatie van snelheid en uitstekend wedstrijdinzicht. In theorie is dat precies het profiel waar moderne 800 meter loopsters op ontwikkelen. Een type dat zowel het anaërobe vermogen van een sprinter als de aeroob-economische motor van een middenafstandloopster combineert. Ze wordt door haar coach Meuwly op een redelijk conservatieve manier getraind om het aerobe vermogen te vergroten. Ze traint naast haar talent voor snelheid, een behoorlijke omvang aan vooral rustige duurloopkilometers. In januari van dit jaar werd duidelijk dat zij tussen de 50 en 60 kilometer aan duurlopen wekelijks afwerkt. Iets waar ze nog aan moet wennen.
Maar de sprong naar absolute wereldtop op de 800 meter is geen vanzelfsprekendheid. Hodgkinsons doorkomsten — 26,47 op de eerste 200 meter en 55,56 op 400 meter — markeren een ritme dat Bol wél kan lopen, maar dat ze moet leren volhouden over twee ronden in een chaotische, tactisch wispelturige discipline. Waar Bol op de 400 meter een meester is in explosiviteit, vraagt de 800 meter om voortdurende afwegingen tussen positie kiezen, tempoverschillen oppakken en op het juiste moment versnellen.
Toch is er reden voor optimisme. Bol heeft bewezen dat ze van iedere race leert en haar fysieke grenzen jaar na jaar verlegt. Haar indrukwekkende eindsprint zou haar in kampioenschapsraces die vaak trager en tactischer verlopen dan wedstrijden waar om de snelle tijden wordt gestreden, een troef kunnen zijn. Hodgkinson mag dan voorlopig duidelijk de snelste zijn, maar kampioenschappen worden zelden op 1:55 gelopen. Bol kan veel maar we weten nog niet of ze tijden van 1.55 kan halen. Bol heeft nu te kampen met een kuitblessure maar ze heeft al laten zien dat ze een talent is op de 800 meter door meteen in haar debuut op deze afstand het Nederlands record te pakken. Bij Femke Bol lijkt groei mogelijk gezien de beelden van die wedstrijd. Het wordt voor trainers interessant of ze kan groeien in haar aerobe vermogen en die groei en trainingskilometers goed kan verwerken in het herstel. Zo ja, dan krijgen we vast een strijd tussen Keely Hodgkinson en Femke Bol.